Een breder gezichtsveld, een natuurlijke uitstraling, geen belemmering bij sport en
andere activiteiten, geen beslagen glazen bij regen, geen bril die van je neus afzakt en geen hinderlijke drukplek achter
de oren. Er zijn verschillende redenen om voor lenzen te kiezen. Of voor lenzen naast een bril. Laat je informeren over
de diverse mogelijkheden
Lenzen zijn in grote lijnen onder te verdelen in 2 soorten: vormvaste en zachte lenzen.
Wat voor u het meest geschikte type is, hangt af van een aantal factoren. Van belang is
welke eisen u stelt: werk, hobby's, sport, mogelijk medicijn gebruik en natuurlijk het belangrijkste
van alles: de bouw van uw ogen.
Vormvaste lenzen
Deze lenzen zijn er tegenwoordig in allerlei nieuwe materialen en pasvormen. Het draagcomfort is aanmerkelijk verbeterd en op langere termijn zijn het meestal de voordeligste lenzen. Ze gaan namelijk vaak
veel langer mee dan zachte lenzen. Ook voor mensen met sterkere cilinders zijn er veel meer mogelijkheden bij dit type lens.
Zachte lenzen
Een zachte contactlens is soepel en neemt de vorm van het oog aan tijdens het dragen. Het oog went daarom makkelijker aan een zachte contactlens dan aan een vormstabiele lens. Zachte lenzen zijn zeer geschikt
voor het afwisselend dragen van lenzen en een bril. Omdat het verliesrisico van zachte lenzen minder groot is dan van vormstabiele lenzen, zijn ze ook ideaal voor sporters.
Hoe lenzen inzetten & uitnemen?
Inzetten
1. Was steeds je handen en droog ze af met een schone handdoek
2. Zet de contactlens op je vingertop (rechts als je rechtshandig bent en links als je linkshandig bent)
3. Ga na of de lens niet binnenstebuiten zit of niet beschadigd is
4. Plaats de middelvinger van je hand in het midden van je onderste ooglid en houd met de wijsvinger van je andere hand het bovenste ooglid goed vast bij de wimperimplant.
5. Blijf naar je lens kijken en zet deze voorzichtig op het gekleurde deel van je oog.
6. Laat de oogleden pas los als de lens goed op het oog zit
7. Herhaal deze stappen met de andere lens
Uitnemen
1. Was steeds je handen en droog ze af met een schone handdoek
2. Hou de oogleden goed open
3. Plaats je wijsvinger op de lens, kijk licht opwaarts en schuif de lens naar beneden
4. Pluk de lens tussen duim en wijsvinger van het oog (pas op met nagels!)
5. Herhaal deze stappen met de andere lens